vrijdag 24 mei 2013

Against the wind




Sinds een dag of drie gaan we gebukt onder een tropische depressie. Meteorologisch, welteverstaan. We moeten het stellen met wind, sombere bewolking, grauwe sluiers die over schouders van heuvels hangen en een zon die er de b(r)ui aan geeft. De buien zijn kort doch heftig. De kortsluitingen die zo nu en dan tussen hemel en aarde plaatsvinden, maken het weerbeeld compleet.

Het eiland ziet er direct zo anders uit. Bijgevolg ons innerlijk landschap. De Salsa ligt op z'n gat. De intensiteit van het licht is aanzienlijk geluwd, hetgeen appelleert aan een Hollands gevoel van landerigheid. Weliswaar met het besef dat in de West de mussen nog steeds dood van het dak vallen. Ook weerellende blijkt relatief.

Over mussen gesproken, die kennen we niet in de West. Wel al die andere soorten die ik inmiddels ruimschoots heb belicht, in woord en beeld. Deze week zoomde ik in op het persoonlijke leven van een gewonde ziel uit dat collectief van vogels. Eerst nadat zijn verschijning mijn hart een beetje brak. "Pootje", zo werd hij rap door ons genoemd. Pootje, het vechtertje. 

De avond volgend op onze ontmoeting overdacht ik op bank en bed het levensperspectief van Pootje. Als ie zich al staande zou weten te houden binnen de harde kaders van 's werelds natuurlijke selectie, wat zouden in hemelsnaam zijn perspectieven zijn? Zou hij met de nek worden aangekeken? Zou hij zich alleen voelen? Zou hij op enigerlei wijze nog een rol van betekenis spelen bij de uitvoering van een rituele dans? Het belangrijkste voor mij was dat Pootje het zou redden. Dat Pootje er wat van wilde maken, liet hij onverholen weten die middag waarop we kennismaakten. Dat hield mij op de been met al mijn beslommeringen. Ons weerzien op de dagen die volgden, bekrachtigde zijn dappere inborst. Pootje zou het redden! Mijn zorgen ebden weg, met ieder zaadje dat Pootje kwam nuttigen op mijn balkon. Pootje leek zijn weg te hebben gevonden.

Vandaag stonden er huishoudelijke taken op mijn program. Opgeruimd het weekend in, dat was het streven. Alle tijd voor fijne en gezellige dingen samen, op zaterdag en zondag. Weekend lummelen. Met een emmer vol sop, een doek en trekker werkte ik mezelf het balkon op voor het wassen van ramen, schrobben van tegels en afsoppen van balkon-meubilair. Tussen de buien door, draaide ik ook nog witte en bonte wasjes weg. Ik beloonde mezelf met een kwartiertje navelstaren op één van de zojuist afgesopte balkonstoelen. Een koud glas water in mijn hand, de camera om mijn nek. Zitten en genieten van het uitzicht en de frisse harde wind. De beste verkoeling tegen het werkzweet. 

Ik zat nog geen vijf minuten, toen op de stoel pal naast mij werd plaatsgenomen. Ik geloofde mijn ogen niet: 'Pootje'! Zij aan zij, hand in hand. Ik bleef muisstil zitten. Hij ook. We keken elkaar aan. Zijn kopje maakte een knikje omhoog, alsof hij iets wilde gaan vertellen. Ik verzonk in die prachtige glanzende oogjes waaruit zoveel vertrouwen sprak. En moed.

Vanavond sloot Pootje het buffet in onze Hoorn des Overvloeds. Het was eigenlijk al veel te laat. Schemertijd. Nog wat smikkelen voor de nacht, zal ie gedacht hebben. We observeerden hem vanaf de bank en bevestigden elkaars gedachten: Pootje, redt het wel. Niels sloot af: "Snaveltje poetsen, oogjes toe en naar bedje toe!" En weg was Pootje. Wind tegen.

Zijn dag in beeld

Samen delen?

Pootje redt zich wel

Pootje alleen




Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen