dinsdag 24 september 2013

Cesaria Evora - Petit pays




Volkskrant
Robert van Gijssel, 18 december 2011

Echte wereldsterren zijn, anders dan de genrenaam doet vermoeden, schaars in de wereldmuziek. Cesária Évora was er één uit een kleine handvol. Vanaf haar late ontdekking in 1987 tot kort voor haar overlijden dit weekeinde bespeelde de Kaapverdische de grote wereldzalen en bracht zij het publiek tot tranen met haar weemoedige liederen, gedrenkt in levenspijn en melancholie.
Évora kon zo groot worden omdat zij in haar muziek werelden samenbracht. De zangeres zong de Kaapverdische 'morna', een liedvorm die Afrikaanse ritmiek koppelt aan Braziliaanse, en aan de fado, het Portugese levenslied. Een stijl dus met een tragische achtergrond van kolonialisme en slavenhandel, maar ook één met een helende werking. Wie zich overgaf aan de 'saudade' van Évora kon de eigen grote pijn tijdelijk vergeten en gelouterd voorwaarts.

Cesária Évora werd geboren op 27 augustus 1941, in het havenstadje Mindelo op het Kaapverdische eiland São Vicente. Het gezin Évora leefde in grote armoede en nadat vader was overleden in 1948, en moeder de zorg voor haar zes kinderen niet meer aankon, werd Cesária op 10-jarige leeftijd afgestaan aan de armen- en wezenzorg.

Weeshuis
De jonge Évora zong de ellende van zich af in het koor van het weeshuis, en zij deed dat niet onverdienstelijk. Op 16-jarige leeftijd ontmoette zij de zeeman Eduardo, volgens Évora later 'de liefde van haar leven'. Hij onderwees Évora in de traditionele Kaapverdische zangstijlen als de morna en de coladera, en Évora wist de smartelijke liederen als geen ander te vertolken. Al snel dook Évora het café in, om voor wat geld te zingen voor de bootwerkers en matrozen in de havenkroegen van Mindelo. Later werd Évora gecharterd door de cruiseschepenbranche, waar zij met haar authentieke morna's en couleur locale de scheepstoeristen kon behagen. 

In die tijd raakte Évora aan lager wal. Zij zwoer bij alcohol en sigaretten en bouwde een stevige verslaving op die zij ook in later jaren maar moeilijk wist te bestrijden. Haar talent werd lokaal wel erkend maar Évora wist niet los te breken uit het kroegmilieu, waar zij bleef zingen voor een paar glazen drank, aan de bar, sigaretje in de hand.

Pas halverwege de jaren tachtig, na een tiental volgens Évora 'zwarte jaren', kwam er enig licht in de zangcarrière van de Kaapverdische. Zij werd uitgenodigd door de zanger Bana, die zoals vele Kaapverdianen na de onafhankelijkheid van de eilandengroep in 1973 waren geëmigreerd naar de Portugese havenstad Lissabon, om te komen zingen in, alweer, het kroegcircuit. 

In 1987 stapte de Frans-Kaapverdische producent José da Silva een café in Lissabon binnen, waar Évora net smartelijk aan het zingen was geslagen. 'Een bovennatuurlijke verschijning', vertelde Da Silva drie jaar geleden aan de Volkskrant. 'Ongelooflijk aangrijpende liederen, ik voelde dat deze vrouw de wereld zou kunnen veroveren.' Da Silva wilde een poging wagen de muziek van Évora uitgegeven te krijgen.

De wereld wil niet huilen
Évora werd uitgenodigd in Parijs, trok bij het gezin Da Silva in, en samen maakten ze een ronde langs de grote platenmaatschappijen, langs Sony en CBS. Da Silva: 'Helaas, die zagen er niets in. Ik zei: maar deze vrouw krijgt de halve wereld huilend aan haar knieën. Het antwoord: mijnheer, de wereld wil helemaal niet huilen.'

Een misrekening. Da Silva stak zich diep in de schulden en bracht in 1988 in eigen beheer Évora's debuutalbum La Diva Aux Pieds Nus uit, een titel die verwees naar Évora's favoriete verschijningsvorm als zangeres: op blote voeten. Het werd een sensatie. Van de plaat werden in een paar weken, alleen al in Frankrijk, 250 duizend exemplaren verkocht. De interesse van de platenmaatschappijen was nu wel gewekt en Évora tekende bij Sony, waar ze honderdduizenden platen zou verkopen. Haar grootste succes werd de plaat Miss Perfumado uit 1992, met de wereldhit Sodade. Zij won talloze prijzen, waaronder een Grammy in 2003 voor haar album Voz d'Amour. 

Évora is sinds haar doorbraak eindeloos op wereldtournee geweest. Zij betoverde de schouwburgen, zoals enkele jaren geleden nog het Amsterdamse Carré, met haar doorleefde verschijning (nog steeds blootvoets) en stem, die volgens sommigen deed denken aan die van Billie Holiday, en die onder alle slijtage loepzuiver, zijdezacht en lyrisch melodieus bleef. Klassiek werden Évora's 'minibreaks' op het podium, waarin de diva na iedere twee of drie nummers even greep naar een glas rum of cognac, en een hijs aan een sigaar. Haar levensstijl kon zij niet veranderen en misschien was die ook wel noodzakelijk voor Évora's kunst, geboren uit de havencafés van Mindelo. 

Laatste concert
In mei vorig jaar zong zij haar laatste concert, in Lissabon. Twee dagen na dat optreden werd zij getroffen door een hartaanval. Zij herstelde in haar thuisland, op het eiland São Vicente, maar moest drie maanden geleden na een beroerte haar definitieve afscheid van de internationale podia aankondigen.

Zaterdag overleed Cesária Évora, 70 jaar oud, in het ziekenhuis in haar stad Mindelo. De Kaapverdische President Jorge Carlos Fonseca kondigde twee dagen van officiële rouw af voor de 'diva op blote voeten', en de 'koningin van de morna'.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen