zondag 26 januari 2014

Van simplisme naar realisme en terug

Vanmiddag zat ik kort vanaf de waterlijn in alle rust de beweging van het water te bestuderen. Op zeewater kun je promoveren en je blindstaren. Ben realistisch genoeg te beseffen dat zelfs een jaren vullend studieprogramma mij alle geheimnissen van de beweging van dat zeewater dat mij zo weet te betoveren, niet zal prijsgeven. 

Ik dacht aan Lao Zte's uitspraak 'Hoe meer je weet, hoe minder je weet'. Met zijn waardevolle gedachte werd opnieuw onder mijn aandacht gebracht dat ook ik van weinig weet. Ik ben een 'niet-weter'. En met dit predikaat wil ik mezelf geenszins tekort doen of vissen naar een goedbedoeld compliment uit de wereldzee van weters. 

Heus, ik tracht in mijn benadering van het werkelijkheidsmodel waarin gevangen, voldoende realisme te bewaren. En natuurlijk weet ik als niet-weter, dat ook veel- en  allesweters aan de grenzen van al hun kennis met vragen blijven zitten. Een zilte troost voor mij, de niet-weter, daar aan die kust.

Ondanks mijn pogingen voldoende realisme te waarborgen in mijn handel, wandel en stumperig gevolg trekken, betrap ik mezelf erop dat ik bij bestudering en bewondering van natuurlijke fenomenen nog graag blijf hangen in het zogeheten 'magisch denken'. Een kinderlijke trek, zo zou je kunnen vinden. Een mening die overigens nooit in mijzelf is opgekomen, beken ik nu. Tot zojuist. 

Nadat ik me had verdiept in de natuurkundige beschrijving van de golf en de lopende transversale golven, viel even niet langer te bouwen en vertrouwen op mijn werkelijkheidsmodel van het magisch denken. Mijn 'magisch simplisme', aldus veel- en allesweters. Wat mij betreft een contradictio in terminis, omdat een bezieling van al wat leeft door die grotere bovennatuurlijke, onnoembare kracht, niet bepaald simpel genoemd kan worden of zich eenvoudig in een model laat vangen.

Anyway, in mijn poging onderstaand te doorgronden, ging ik mank. Ik ben een wetende niet-weter, vaag bewust onbekwaam, dat staat voorlopig vast. Voor mij is het een en ander nog in donkere sluiers gehuld. 


Een golf bestaat uit een patroon dat gevormd wordt door een reeks deeltjes, die een harmonische trilling uitvoeren en daarbij de trillingsenergie aan elkaar doorgeven. Dat kan alleen als de deeltjes aan elkaar gekoppeld zijn: ze moeten krachten op elkaar kunnen uitoefenen. De beweging van elk deeltje afzonderlijk kan beschreven worden met de formule:
u(t)=A.sin2π(f.t + Φ)
waarin de uitwijking uit de evenwichtsstand is op tijdstip t, de maximale uitwijking of amplitude, de frequentie van de trillende deeltjes, en Φ het faseverschil. Omdat het faseverschil van de trillende deeltjes afhankelijk is van de afstand tot de bron, voeren ze allemaal dezelfde beweging uit maar dan wel ná elkaar: dat geeft juist de karakteristieke golfvorm. Deze golf wordt dan vastgelegd met de formule:

λ=v/f 
waarin λ de golflengte, de golfsnelheid en de frequentie is.








1 opmerking:

  1. Een mooi stuk, het sluit een beetje aan bij mijn behoefte aan loslaten...

    BeantwoordenVerwijderen