donderdag 7 juni 2018

Hommeles


Hommel (Bombus Terristris) op klaproos met klompjes stuifmeel zichtbaar aan pootjes
Foto 7 juni 2018, Hedy

Het heeft al met al een kleine week geduurd voordat het echt tot me doordrong. Afscheid nemen van iets wat me dierbaar is. Mijn 'huisvrienden' in de tuin. Ik wilde de gedachte eerst niet tot me door laten dringen en hoopte steeds nog op een wonder, maar vandaag viel het gewoonweg niet meer te ontkennen.  Een gevoel van teleurstelling maakte zich meester over me. Ik had zo graag ...

Over enige tijd zal ik meer duidelijkheid krijgen. Eerst als ik na het zomer-seizoen het houten mussen-hotel kan openen en schade kan opmaken. Ik vorm alvast verschillende beelden in mijn hoofd en probeer op grond van gevonden informatie het meest logische scenario te schetsen. Maar er zijn er zo een drietal op te sommen die aannemelijk zijn. Ik kom daar nog op terug.

Wat heeft zich precies afgespeeld?

Het begon allemaal in april jl. toen ik in de tuin thee dronk en ontdekte dat twee prachtige zwangere hommel-koninginnen de vlieg-openingen van het opgehangen, houten mussen-hotel verkenden. Of misschien al verkend hadden en nu in- en uitvlogen voor hun eerste broed, een eerste aanzet van een eigen kolonie.

Een wespennest kende ik al. Daar had ik ooit ervaring mee opgedaan. Ook in een tuin waar ik thee dronk. Nadat een paar wespen rakelings langs me heen vlogen, volgde ik hen in de vlucht. Vol verbijstering bleef mijn oog hangen bij een mega papieren voetbal tussen de klimop. Ik had nog nooit een wespennest gezien, maar wist onmiddellijk dat ik op dat moment slechts een paar meter verwijderd was van zo'n nest. Een kunstwerk op zich. Hoe nuttig wespen ook zijn (ze ruimen prima op in de natuur), het nest zat helaas gevaarlijk dicht op het terras waar we nog wel eens met mensen dronken of aten. Het kon dus echt niet blijven hangen. De bestrijding-dienst bood oplossing. Een poeder werd in het nest gespoten en al heel snel was het gedaan met het vliegverkeer van en naar de bol. 

Terug naar mijn hommel-nest.

Het zal in de eerste week van mei zijn geweest, dat ik al drukker verkeer waarnam rond twee van de drie vliegopeningen van het mussen-hotel. De koninginnen hadden gezorgd voor de eerste kleine werksters. Schattige harige vliegeniers vlogen in en uit en deden hun plicht: Het verzamelen van voedsel (stuifmeel en nectar) voor broed van hun koningin, het verdedigen van hun territorium als we iets te dicht bij hun broednesten bewogen en het ventileren door met hun vleugels te klapperen in de vliegopeningen voor gewenste verkoeling in de kast op warme zomerdagen. En daar hebben we er nogal wat van gehad in de weken die achter ons liggen. Hard werken dus. 

Ik was direct verkocht en voelde me intens verbonden met de vliegende beertjes in hun zwart-oranje outfits. Kleine dikke goedzakjes die je zachtjes met de topjes van je vingers kan strelen als ze op je hand landen. Ze zijn zo vertederend. En agressief zijn ze al helemaal niet. Ze kunnen steken, maar doen het naar mijn idee zelden of nooit, tenzij ze zich echt in het nauw gedreven voelen.

In de dagen die volgden namen de aantallen vliegeniers toe en het zo herkenbare lage hommel-gebrom ook. Vele hommel-werksters die opstegen en weer landden. Emmertjes vol stuifmeel brachten ze mee naar huis, klevend als klompjes aan hun pootjes. Wat waren ze vastberaden, loyaal en ijverig. De kolonies groeiden gestaag en de werksters spiegelden in de tuin mijn eigen arbeidsethos, nog uit de tijd dat ik zelf van links naar rechts vloog voor ceo's, koningen in het bedrijfsleven.

Al kijkend naar de hommels in mijn tuin, filosofeerde ik de afgelopen weken over het vraagstuk van de werking, het slagen van hiĆ«rarchische structuren zoals die van een hommel-kolonie. Hoe kan het toch dat een grote groep blindelings uitvoert dat wat aan de top door die enkeling wordt bedacht? 
In de natuur vind ik niet het 'Ordo ab chao' principe terug, waarmee alle neuzen al snel dezelfde kant op wijzen. Bij de hommels managet voor een belangrijk deel de feromonen-productie van de koningin de onderdanen in de goede richting. Alle neusjes gericht op de bloemen waar wat te halen valt.

Bij hommels bepaalt de hoeveelheid voedsel die aan de larven wordt gevoerd, wie wel of niet in aanmerking komt voor een toekomstige koninginnen-status. Bij honing-bijen speelt naast de hoeveelheid voedsel ook de  kwaliteit van het voedsel een belangrijke rol in de ontwikkeling. Een hommel-werkster en een hommel-dar denken niet te lang na, vervullen hun plichten als kleine schakels van een groter systeem: respectievelijk het foerageren op stuifmeel en nectar en het bevruchten van maagdelijke nieuwe koninginnen.

Op basis van mijn eigen observaties ben ik van mening dat al die prachtige hommels samen een uitstekend werkend organisme vormen. Met een perfect tikkende en afgestelde klok, zo lijkt het

De koningin van een kolonie zorgt voor haar eerste werksters, voedt en verzorgt deze. Nadat de eerste werksters zijn geteeld en uitvliegen, nemen zij al snel alle zorgtaken van de koningin over. De koningin kan zich nu helemaal richten op het leggen van de bevruchte eitjes. Feilloos weet ze wanneer het tijd wordt voor de productie van nieuwe koninginnen. De feromoon-productie van de koningin neemt daarna snel af en dat zorgt voor een revolutie in de tent. Schermutselingen tussen koningin en werksters.

De feromonen van de koningin werkten tot dan toe remmend op de rijping van de eileiders en eierstokken van de werksters. Na verminderde afgifte van feromonen door de koningin komen deze van de werksters alsnog tot rijping. Ook zij gaan nu (weliswaar onbevruchte) eitjes leggen waaruit darren (mannetjes) voortkomen. De darren vliegen al snel uit en keren dan nog zelden terug naar het nest. Zij laten hun sporen achter in de natuur zodat de nieuwe, jonge nog maagdelijke koninginnen van hetzelfde soort weten waar ze moeten zijn voor paring en bevruchting. 

Uiteindelijk leggen alle hommels van de kolonie, inclusief de oude koningin, het loodje. Moe, kaal en opgebrand, verstoten, of afgestoken na een leven van hard werken. 
Alleen de nieuwe koninginnen - bevrucht door de darren -  leven solitair verder in de zomer en zorgen dat zij flink eten, opdat zij een goede energievoorraad opbouwen. Zij zoeken op tijd een vorstvrije plek in de aarde om zo herfst en winter te doorstaan. En dan als het nieuwe voorjaarslicht roept en de temperaturen weer stijgen, kruipen ze uit hun holletjes, warmen op en het verhaal begint. All over again. Van belang is voor de liefhebbende hovenier en hommels, dat in het voorjaar bij het schoffelen en omspitten van de aarde niet al te ruig te werk wordt gegaan. Het is namelijk niet ondenkbaar dat hier of daar nog een prachtige bevruchte koningin in de aarde wakker gekust moet worden uit haar winterslaap. En dat moet zachtjes gebeuren. 

Niet alleen een mensenleven blijkt kwetsbaar. Ook in de natuur knokken de wezens zich een weg door het brute bestaan dat zich vooral laat omschrijven als een reis waarbij het aankomt op eten en gegeten worden. De zin van dit alles?

Vorige week werd ik bij toeval direct getuige van een overval op de hommel-kolonies. Een hoornaar, de valk onder de insecten, blufte zich door de middelste vliegopening en bleef tot mijn schrik enige tijd binnen. Ik was ontzet, kon niets doen om mijn hommels te beschermen. En het bleef niet bij een eerste overval. Ook de ruimte van de tweede kolonie werd bezocht, maar daar bleef de hoornaar een korte tijd binnen. Weer buitengekomen cirkelde de hoornaar boven en om de nestkast. Ze verkende het gebied van de tuin en dat van de buren. Weg was ze, om een kwartier later weer terug te keren. 

Gedrag dat leek op het verkenning van het gebied om te roven. Hoornaars jagen op insecten (waaronder bijen en hommels) kauwen die tot een papje waarmee ze hun larven voeren. Bekend is dat ze bijenkasten en hommel-nesten leeg kunnen roven. Mijn vermoeden is nu dat in de ruimte van de eerste kolonie een slagveld heeft plaatsgevonden, waarbij een behoorlijk aantal werksters het leven hebben gelaten. Mogelijk is zelfs de koningin afgestoken. Het blijft gissen, maar direct was duidelijk dat alles ontregelt was bij mijn hommel-kolonies. Het was direct gedaan met het actieve vliegverkeer. De werksters die nog terugvlogen naar het nest, bleven als een helikopter stil hangen voor de vliegopening, draaiden weer om en vlogen weg, of doken de ruimte in van de tweede kolonie. Gedrag dat ik voordien niet eerder had gezien. Ik sluit niet uit dat ze het bezoek van die indrukwekkend grote indringer ook na de inval nog konden ruiken.

De hoornaar heb ik niet meer teruggezien. Een kleine kans bestaat dat de hoornaar het nest heeft gekaapt zoals koekoekshommels dat doen. In dat geval zouden zich ergens eind juni de eerste hoornaar-werksters moeten laten zien. Zelf denk ik meer in de richting van het sneuvelen van de hommel-koninginnen bij de aanval. Er worden dan geen nieuwe eitjes meer gelegd waaruit de koninginnen moeten groeien. Hoe dan ook, de vlieg-activiteiten van de hommels rondom hun broednesten namen direct af. Zo nu en dan zie ik nog eens een hommeltje binnenvliegen, maar van een gezonde kolonie met weerstand lijkt geen sprake meer. 

Ik besefte deze week dat het een wonder mag heten als weer een aantal nieuwe, bevruchte koninginnen het weten te redden tot het volgend voorjaar en zelf kunnen gaan bouwen aan hun kolonie na een winterslaap. De natuur is hard en dieren gaan dood. Helaas zal ik dit jaar niet van dichtbij meemaken hoe de cyclus van een hommel-kolonie zich op natuurlijke wijze sluit. Nou, vreedzaam sluit.

Gelukkig kan ik nog wel genieten van alle insecten die de bloemen nog steeds weten te vinden in mijn tuin. Al in de vroege ochtenduren landen er de mooiste grote hommels, juffers, bijen, koolwitjes, vliegende kevers ... Ik geniet nu volop, wetende dat ook een afscheid volgt van voorjaar en zomer.











Geen opmerkingen:

Een reactie posten