woensdag 5 september 2018

Kompas

Van tijd begrijp ik weinig tot niets. En dat is okay. Het is inmiddels ruim drie jaar geleden dat we remigreerden vanuit de Caribbean. Vaderland, moederland, het zou vanaf dat moment voor altijd een vaag gebied blijven. Niet hier, niet daar. Onderweg. Drie jaren vervlogen na die grote transitie waar ik toen zo naar uitkeek. Terug naar mijn bossen, merels en mussen, weg van de muggen. Het verlangen naar een beetje verkoeling na vijf jaar verzengende hitte was begrijpelijk. 

Deze week maakte ik een tocht naar binnen, terug naar de tropen. Herinneringen aan 
Anse Marcel, mijn grote Franse liefde. Het kroelen van handen in zilte ezel-vachten. Mijn iguana's die als meesters onverstoorbaar observeren, koudbloedig warm. De urenlange tochten die we maakten over paden langs de Atlantische Oceaan. Schelpen spotten, dromen, muziek horen in de golven. Troost voor tranen. 

En hoe wonderlijk kan het lopen. Gisteravond maakte ik een eerste aanzet tot het inruimen van mijn kledingkasten. Na drie tot vier grote verhuizingen binnen drie jaar tijd, lukte het me niet eerder me er echt toe te zetten. Verhuismoe, heet dat. En ook gisteravond belandde ik al snel zittend op de grond, het echte werk uit het oog verliezend. Mijn handen en ogen bleven steken in futiele doosjes sokken, riemen, slippers. Gehypnotiseerd. Alsof je bij het inruimen van je boekenkasten blijft steken in oude foto-albums en maar blijft bladeren. Stilgelegd, door de bewegende beelden. Ervaringen van het leven. De tijd gaat zijn goddelijke gang. 

In mijn tuin dansen sinds twee dagen enkele prachtige Atalanta's. De laatste vlindersoort die gezien wordt in de Hollandse tuin vooraleer de herfst en winter inzetten. En over de schoonheid van zinvol, betekenisvol toeval gesproken. Omdat van productiviteit gisteravond geen sprake meer was, besloot ik de klus te staken, mijn bed op te zoeken. Een pijlsnelle ingeving trok me uit mijn droomstaat. Er werd op mijn hart geklopt.

Toch nog even een minuscuul tasje openen dat tussen riemen en rommel verborgen lag. Mijn ziel loodste me naar een cadeau voor de nacht. Zorgvuldig ingepakt in noppenfolie, heeft het pakketje ruim drie jaar gewacht om gevonden en uitgepakt te worden: De eerste Hertenkauri die ik vond op het eiland. Groot was het geluk. De rots waarop de schelp lag, zou ik nog moeiteloos kunnen aanwijzen. Aan richtingsgevoel ontbreekt het me echter. Dat blijkt genetisch bepaald. Waar kom ik vandaag, waar ga ik naar toe? Hoeveel koffers pak ik nog uit voordat ik mijn voorland bereik?