Nederlandse Bachvereniging Shunske Sato, viool en leiding Emily Deans, viool
Opgenomen voor het project All of Bach op 7 oktober 2016 in het Muziekgebouw aan 't IJ, Amsterdam.
Van dit concert zijn de twee solopartijen overgeleverd in Bachs eigen handschrift. Deze autograaf dateert van omstreeks 1730, enkele jaren nadat de componist van Köthen naar Leipzig was verhuisd. Bach componeerde zijn meeste instrumentale concerten in de periode 1717–1723, toen hij aan het hof van Leopold von Anhalt-Köthen werkzaam was, maar dit werk lijkt hierop dus een uitzondering. Toch is het de vraag of het zo eenvoudig ligt.
Op het eerste gezicht is dit een driedelig concert naar vivaldiaanse snit, vergelijkbaar met andere concerten van Bach. Maar wie goed kijkt en luistert, stuit op eigenaardigheden, bijvoorbeeld ten aanzien van de traditionele contrastwerking tussen refreinen (ritornellen) en de solistische episodes daartussen. Hier zijn die bouwstenen minder afgebakend dan gebruikelijk. Sterker nog: alle drie delen zijn in wezen driestemmig gedacht. Het eerste deel bijvoorbeeld is fugatisch gemodelleerd, maar de altviool onttrekt zich aan het fugatische discours. Dit concert zou ook als triosonate voor twee violen en basso continuo uitgevoerd kunnen worden, en heeft vermoedelijk die oorsprong gehad. Zijn we zo toch terug in Köthen?
Na het fugatische openingsdeel ontvouwt zich een dromerige siciliano waarin de partijen van de twee soloviolen elkaar lieflijk omstrengelen, boven een eenvoudige, akkoordische begeleiding. “The best eight minutes of music ever”, aldus vioolsoliste Emily Deans.
In het slotdeel zitten de twee soloviolen elkaar dicht op de huid. Meer nog dan het eerste deel geeft dit Allegro voeding aan het vermoeden dat de partijen van het begeleidende ensemble later zijn toegevoegd. Dat Bach de soloviolen in de loop van het betoog tweemaal begeleidingsfiguren (herhaalde achtste noten in dubbelgrepen) laat spelen gedurende zeven maten, is met de hypothese van een triosonate allerminst in tegenspraak. De componist doet hier aan stuivertje-wisselen: in deze passages zijn de feitelijke solopartijen eenvoudigweg overgeheveld naar het begeleidende ensemble. Solisten Shunske Sato en Emily Deans houden van dit “head bashing, rock and roll-moment”. Wat de oorsprong ook mag zijn.
Bron tekst: Bachvereniging
Geen opmerkingen:
Een reactie posten