Haar vlucht richting de wissel, toen zij gestoord werd door een jogger met hond.
Een reegeit (vrouwtjeshert) is een meester in subtiele bewegingen. Ze beweegt zich geruisloos en waakzaam voort door de dekking. Haar meest opvallende bewegingen en gedragingen bestaan uit lopen, vluchten, foerageren en communiceren.
1. Voortbeweging en vluchtgedrag
- Sluipen en stappen: Bij het zoeken naar voedsel beweegt ze zich langzaam, waarbij ze regelmatig stopt om de omgeving te scannen.
- Wissels: Ze maakt gebruik van vaste, smalle paadjes in het bos, de zogenaamde 'wissels'.
- Vluchten: Bij gevaar spreidt ze de witte vlek op haar achterwerk (de 'spiegel'), stampt ze met haar voorpoten op de grond en begint ze te 'blaffen' of 'schelden'. Ze vlucht met grote, sierlijke sprongen en kan tot wel \(5 \text{ m}\) ver en \(2,5 \text{ m}\) hoog springen.
- Zekeren: Wanneer ze iets hoort of ziet, staat ze stil in een kaarsrechte houding. Haar kop gaat omhoog, de oren staan strak naar voren gericht en ze kijkt met haar grote ogen scherp rond om bewegingen op te merken.
- Rusten: Overdag trekt ze zich vaak terug in het dichte struikgewas. Ze ligt dan in een ondiepe kuil in de grond (een 'leger'), vaak opgerold in een rusthouding terwijl ze haar voedsel herkauwt.
3. Communicatie en geluid
- Fiepen: De reegeit staat bekend om haar hoge, fluitende lokroep ('fiepen'). Dit doet ze om haar kalfjes te roepen of om tijdens de bronsttijd (half juli tot half augustus) een reebok te lokken.
4. Seizoensgebonden gedrag
- Voorjaar (mei/juni): De reegeit zondert zich af om haar kalveren te werpen. De kalfjes drukken zich roerloos tegen de grond. De geit beweegt dan veel in de buurt om ze te zogen, maar blijft uit de buurt van de kalfjes om geen roofdieren te lokken.
- Winter: In de koudere maanden verzamelen reeën zich in kleine familiegroepen (een 'sprong' genoemd) en bewegen ze zich gezamenlijk over de open velden op zoek naar voedsel.
23 mei 2026, Hedy