zaterdag 5 september 2026

Nachtegalen - J.C. Bloem

J.C. Bloem door Titus Leeser, beeld bij de kerk en de begraafplaats van Paasloo

 

Nachtegalen

Ik heb van ’t leven vrijwel niets verwacht, 

’t geluk is nu eenmaal niet te achterhalen. 

Wat geeft het? – In de koude voorjaarsnacht 

Zingen de onsterfelijke nachtegalen.

  

 

J.C. Bloem, gedicht 1950 

(J.C. Bloem 1887 - 1966)

 

Hsin hsin ming (= “vertrouwen in de Geest” = “Faith in Mind”)

 

Vertrouwen in de Geest 
(in het Chinees bekend als de Xinxin Ming of Hsin Hsin Ming, 信心銘)

Het werk / gedicht wordt traditioneel toegeschreven aan Sengcan (ook wel Sōzan genoemd), de derde patriarchvan het ch'an- (zen)boeddhisme, die leefde in de 6e eeuw

De tekst vormt een fundament onder de zenfilosofie en combineert vroege boeddhistische inzichten over leegte (sunyata) met taoïstische elementen. 

 

Vertrouwen in de Geest

De grote weg is niet moeilijk,
voor wie geen voor- of afkeur  heeft.
Slechts wanneer men vrij is van haat en liefde,
Laat Het zijn ware gezicht zien.
Een millimeter verschil
En hemel en aarde splitsen zich;
Als je Het met je eigen ogen wilt zien,
Dan kun je je geen gedachten voor of tegen permitteren.
Het vergelijken van wat je bevalt met wat je niet bevalt,
is de ziekte van de geest.
Als je de diepste betekenis van de dingen niet begrijpt,
wordt je onontbeerlijke gemoedsrust onnodig verstoord.

De weg is volmaakt als onmetelijke ruimte
waarbinnen niets ontbreekt en niets overbodig is.
Werkelijk, omdat wij steeds weer het een aanvaarden en het ander
afwijzen,
zien wij de ware aard van de dingen niet.
Leef noch verstrikt in uiterlijke zaken,
noch met een innerlijk gevoel van leegte.
Wees gelijkmoedig binnen de eenheid van alle dingen
en zulke onjuiste denkbeelden verdwijnen vanzelf.
Als je probeert activiteit tot rust te brengen om tot passiviteit te komen,
zal juist je poging daartoe je met activiteit vervullen.
Zolang je of tot het een of tot het ander overhelt,
zul je nooit eenheid kennen.

Wie niet leeft volgens de enige weg
schiet tekort zowel in activiteit als in passiviteit,
zowel in gericht zijn naar buiten als in onthechting.
Als je de realiteit van de dingen ontkent,
ontgaat je hun werkelijkheid;
als je de oppervlakkigheid van de dingen benadrukt,
ontgaat je hun ware bestaan.
Hoe meer je er over praat en denkt,
des te verder dwaal je van de waarheid af.
Houd op met praten en denken
en er is niets dat je niet zul kunnen begrijpen.
Terugkeren naar de kern betekent de diepere zin ontdekken,
maar ijdele schijn najagen betekent de bron over het hoofd zien.
Op het moment van de innerlijke verlichting
overstijg je oppervlakkige schijn en leegte.
De ogenschijnlijke veranderingen in de wereld van oppervlakkigheden
komen ons reëel voor door onze onwetendheid.
Zoek niet naar de waarheid;
houd er alleen mee op vaststaande meningen te koesteren.

Laat de staat van dualisme achter je;
vermijd zorgvuldig alles wat daartoe leidt.
Als er zelfs maar een spoor is
van zus en zo, van goed en slecht,
raakt je diepste wezen verstrikt in verwarring.
Wees, hoewel alle dualiteiten komen van het Ene,
zelfs niet aan dit Ene gehecht.
Als je geest rustig de weg volgt,
kan niets ter wereld je nog kwetsen,
en wanneer iets niet langer kwetsend is,
verandert het van aanzicht.

Als er geen kritische gedachten opkomen,
houdt de oude geest op te bestaan.
Als gedachte-objecten verdwijnen,
verdwijnt het denkende subject,
net zoals de dingen verdwijnen wanneer de geest verdwijnt.
Dingen zijn objecten omdat er een subject oftewel geest is;
en de geest is een subject omdat er objecten zijn.
Zie de onderlinge afhankelijkheid tussen deze beide
en de fundamentele waarheid: het éénzijn van de leegte.
In deze leegte zijn beide niet van elkaar te onderscheiden
en elk bevat in zichzelf de hele wereld.
Als je geen onderscheid maakt tussen grof en fijn
raak je niet star en bevooroordeeld.

Leven volgens de grote weg
is gemakkelijk noch moeilijk.
Maar heb je een beperkte kijk,
dan ben je angstig en onzeker:
hoe meer je je haast, des te langzamer kom je vooruit.
Gehechtheid beperkt zich niet tot één gebied;
zelfs als je je hecht aan het idee van verlichting
ben je al op de verkeerde weg.
Laat de dingen eenvoudig zijn zoals ze zijn
en er zal komen noch gaan meer bestaan.

Pas je aan aan de aard van de dingen
en je zult je vrij en ongestoord kunnen bewegen.
Als je gedachten aan banden zijn gelegd, is de waarheid verborgen,
want alles is dan vuil en troebel.
De neerdrukkende gewoonte alles te bekritiseren
veroorzaakt ergernis en afmatting.
Welk voordeel valt er te behalen
uit kieskeurigheden en vooroordelen?

Als je de ene weg wilt bewandelen,
keur dan zelfs de zintuig- en ideeënwereld nooit af.
Ja, deze volledig aanvaarden
staat zelfs gelijk aan ware verlichting.
De wijze streeft niets na,
maar de dwaas slaat zichzelf in de boeien.
Er is maar één dharma, er zijn er geen vele;
domme hunkeringen veroorzaken al het onderscheid.
Met een geest vol vooroordelen de Geest te zoeken
is de grootste van alle fouten.

Rust en onrust komen voort uit illusie;
binnen de verlichting bestaat geen voorkeur of afkeer.
Alle tegenstellingen ontstaan uit onjuiste conclusies.
Deze zijn als denkbeeldige bloemen in de lucht:
het is dwaasheid ze te willen vastgrijpen.
Winst en verlies, goed en kwaad:
zet zulke gedachten meteen definitief van je af.

Als het oog nooit slaapt,
lossen alle dromen vanzelf op.
Als de geest geen onderscheid maakt,
zijn de tienduizend dingen om je heen zoals ze zijn,
komen ze alle uit dezelfde kern voort.
Als je het mysterie van deze gemeenschappelijke essentie begrijpt,
ben je bevrijd uit alle verwarring.
Als je alle dingen als gelijkwaardig beschouwt,
heb je de tijdloze essentie van het zelf bereikt.
Er zijn geen vergelijkingen en analogieën meer mogelijk
als er geen oorzaken, geen onderlinge verbanden meer bestaan.

Als je beweging in stilte bestudeert
en stilte in beweging,
verdwijnen beweging en stilte allebei.
Als zulke tegenstellingen verdwijnen,
kan eenheid zelf niet bestaan.
Op deze hoogste waarheid
is geen enkele wet of beschrijving van toepassing.

Voor de alomvattende geest die in overeenstemming is met de weg
verdwijnt al het egocentrische streven.
Twijfels en aarzelingen lossen zich op
en een leven vol vertrouwen wordt mogelijk.
Met één sprong zijn wij uit onze gevangenschap bevrijd;
niets kleeft ons meer aan en er is niets waaraan wij ons nog vastklampen.
Alles is leeg, helder, vanzelfsprekend,
als we niet langer overal ons denkvermogen op loslaten.
Hier tellen gedachte, gevoel, kennis en verbeelding niet meer.
In deze wereld van het pure zijn
is er noch zelf nog iets anders dan zelf.

Zeg, om je regelrecht op deze werkelijkheid af te stemmen,
wanneer je twijfel voelt opkomen, eenvoudig: ‘Niet twee.’
In dit ‘niet twee’ is niets afgescheiden,
niets buitengesloten.
Ongeacht waar of wanneer,
verlichting betekent dat je in deze waarheid doordringt.
En deze kan in tijd of ruimte niet groter of kleiner worden;
erbinnen duurt een enkele gedachte tienduizend jaar.

Leegte hier, leegte daar,
maar het oneindige heelal
is altijd zichtbaar om je heen.
Oneindig groot en oneindig klein;
geen verschil, want definities zijn verdwenen
en nergens zijn grenzen te zien.
Evenzo met zijn en niet-zijn.
Verspil geen tijd aan twijfels en redeneringen
die hiermee niets te maken hebben.

Eén ding, alle dingen:
houd je er niet afzijdig van, leef er middenin,
zonder kieskeurig te zijn.
Als je dit steeds blijft beseffen,
maak je je geen zorgen over onvolmaaktheid.
Leven naar dit geloof is de weg naar eenheid,
want wat niet gescheiden is, is één met de geest die zich overgeeft.

Woorden!
De weg kan niet door taal worden uitgedrukt,
want zij kent
geen gisteren
geen morgen
geen vandaag.


 Toelichting:

 Vertrouwen in de Geest (in het Chinees bekend als de Xinxin Ming of Hsin Hsin Ming, 信心銘) is inderdaad een van de oudste, meest invloedrijke en meest geliefde teksten binnen de zen-traditie. Het werk wordt traditioneel toegeschreven aan Sengcan (ook wel Sōzon genoemd), de derde patriarch van het ch'an- (zen)boeddhisme, die leefde in de 6e eeuw. De tekst vormt een fundament onder de zenfilosofie en combineert vroege boeddhistische inzichten over leegte (sunyata) met taoïstische elementen.

De kernboodschap
De Xinxin Ming is een compacte, poëtische gids die de essentie van verlichting beschrijft. De absolute kernboodschap staat meteen in de beroemde openingsregels:
"De Grote Weg is niet moeilijk voor wie geen voorkeuren heeft."
De tekst legt uit dat het menselijk lijden en de illusie van afscheiding voortkomen uit onze neiging om te kiezen, te oordelen, te vergelijken en te categoriseren (zoals 'goed' versus 'slecht', 'ik' versus 'de ander'). Zodra we stoppen met het dwingend projecteren van onze voorkeuren en afkeren op de werkelijkheid, openbaart de 'Geest' (de oorspronkelijke, pure natuur van ons bewustzijn) zich vanzelf.
Belangrijke thema's in de tekst
  • Non-dualiteit: Het overstijgen van tegenstellingen. Er is geen fundamenteel onderscheid tussen de materiële wereld en de spirituele leegte.
  • Loslaten van concepten: Woorden en intellectuele analyses schieten tekort om de ultieme waarheid te vatten. De tekst spoort aan om te stoppen met praten en denken over de werkelijkheid, en deze simpelweg te ervaren.
  • Vertrouwen: Het 'vertrouwen' waar de titel naar verwijst, is geen blind geloof in een hogere macht, maar een diep, intuïtief vertrouwen in je eigen ware natuur en in de stroom van het leven zoals die zich aandient.
Betekenis van de titel
  • Xin (信): Vertrouwen, geloof, acceptatie.
  • Xin (心): Hart, geest, bewustzijn (vaak vertaald als 'Hart-Geest', omdat het boeddhisme ratio en gevoel hierin niet scheidt).
  • Ming (銘): Inscriptie, gedenkschrift of lofdicht.

Vertaald betekent het dus zoiets als 'Inscriptie over het vertrouwen in de Hart-Geest'


"Vliegend" - Wessel Couzijn (Prinsen Bolwerk, Haarlem)

 

 

‘Vliegend’ van Wessel Couzijn is een energiek en dynamisch beeld waarin de geabstraheerde vorm van een vliegend persoon is te herkennen. De kubistische vormgeving geeft het werk een bewegend karakter waarbij het beeld bijna van zijn sokkel lijkt op te stijgen. Bij aankoop was het nog niet zeker waar het beeld geplaatst zou worden, maar al snel werd er gekozen voor de rustige, boomrijke omgeving van het Prinsen Bolwerk. Wessel Couzijn was een gevierd kunstenaar in zowel binnen- als buitenland die een groot deel van zijn leven in Haarlem heeft gewoond. Hij won de Prix de Rome in 1936 en in 1960 was het Nederlandse paviljoen op de Biënnale van Venetië geheel aan hem gewijd. De openbare ruimte van Haarlem telt meerdere werken van deze bekende Haarlemmer, waaronder ‘Vliegend’ aan het water bij het Prinsen Bolwerk. Het abstracte bronzen beeld is een tweede afgietsel en is ook in Amsterdam te vinden; iets dat sommige mensen betreuren. De gemeente was echter dermate gecharmeerd van het werk dat zij het toch hebben aangekocht. Tekst: www.haarlemsbeeld.nl

Wessel Couzijn 1912 - 1984