vrijdag 15 mei 2026

Tuinfluiter (Sylvia borin) op Gewone vlier (Sambucus nigra)




15 mei 2026, Hedy

Boompieper (Anthus trivialis) en de Leermeester

De vriendelijke oude man met welhaast een levenslange ervaring als vogelaar had gelijk: 

"Nee, je kijkt echt naar een Boompieper" en om zijn stelling kracht bij te zetten, bood hij mij zijn verrekijker aan, afgesteld op zijn benig, smalle gezicht, met verzonken zachte ogen. Ik zag er dubbel door, kreeg 'm niet goed gesteld en hield dom vol dat we toch echt naar een Boomleeuwerik keken. Op afstand.

Zijn levenswijsheid en zachtmoedige karakter behoedden hem voor het ontstaan van een polemiek en ik, die nattigheid begon te voelen na mijn onwrikbare determineer-actie, haalde schoorvoetend bakzijl. Zonder al teveel woorden. De vogelaar op leeftijd wist voor 95% zeker te weten dat we naar de kenmerkende parachutesprongen van de Boompieper keken. 

Ik beloofde hem thuis de beelden minutieus te zullen onderzoeken en dan mijn bevindingen de ether in te zullen sturen. Even twijfelde ik er serieus over zijn email-adres te vragen, want in een flits drong tot me door dat ik daar in het veld, in de motregen schouder aan schouder stond met een oude wijsgeer, voorzien van muts, kijker, paraplu én kennis. Een vogel-connaisseur zoals ik niet eerder had ontmoet.

In vogelvlucht vertelde de zachtmoedige tachtigplusser mij over het verloop van zijn kennisvergaring in de natuur gedurende zijn leven. Toen hij me wilde vertellen dat hij al járenlang het gebied bezocht waarin we ons samen verwonderden over die ene vogel, op afstand zittend op de weideafrastering, onderbrak ik hem in mijn enthousiasme midden in zijn zin en vulde deze voor hem aan: 'Al meer dan honderd jaar ..." Even meende ik te zien dat de vriendelijke man voor een kort moment wat aangedaan leek door mijn opmerking, die begrijpelijkerwijs ongemakkelijk uitpakte, met het oog op zijn leeftijd. Hij herpakte zich snel en ik dacht geschrokken 'wat zeg ik nou weer?!' Een mens blijft zich immers over het algemeen diep van binnen eeuwig jong voelen.

Zijn vader - boer met een eigen boerenbedrijf - bracht hem van jongs af aan al werkend plukjes kennis bij over de natuur en over vogels in het bijzonder. En met enige regelmaat, zo vertelde de oude man, kwam een veearts uit het dorp het erf op. Het was de veearts, die de toentertijd nog jonge jongen van acht, de eerste aanzet gaf tot serieus vogelen. 

De veearts - volgens de oude man een autoriteit op het gebied van vogels, planten en zwerfkeien - onderwierp de jonge knaap tijdens hun allereerste kennismaking aan een uitdagend examenvraagstuk, met een zekerheid dat het goede antwoord nooit gegeven zou kunnen worden door de achtjarige: "Wat zie je, dáár in de lucht? De jongeling deed de veearts versteld staan met zijn directe en verbazingwekkend gedetailleerde, correcte antwoord. "Die en die vogel, een mannetje in herfstkleed." 

De veearts besloot de jongen tot zijn protegé te maken en vanaf dat moment werden met regelmaat samen tochten door de natuur gemaakt, ook in de fase dat de leerling, inmiddels jongvolwassen door zijn studie in Nijmegen nauwelijks nog tijd vond voor natuur-uitstapjes. Gaandeweg ontwikkelde zich een hechte, jarenlange vriendschap tussen de vee-arts en zijn protegé, waarin het leeftijdsverschil van ruim dertig jaar geen enkel rol speelde. 

De oude man vertelde me vol trots en gekoesterde dankbaarheid dat de veearts over encyclopedische natuurkennis beschikte en dat hij ontzettend veel van hem mocht leren, tot het moment dat hij stierf. Nu vandaag deelt de inmiddels ouder geworden protegé ootmoedig en met een engelengeduld zijn kennis met mij. 

In de helaas veel te korte ontmoeting die we hadden, vervolledigde hij zijn verhaal nog met een recente eigen vogel-anekdote.

In zijn eigen tuin broedt jaarlijks de bonte vliegenvanger in een van de vele nestkastjes die hij heeft  hangen, maar dit jaar heeft het mannetje tevergeefs pogingen gedaan het vrouwtje te lokken met gezang en baltsgedrag. Zij koos niet voor zijn aangeboden nest. Het mannetje verdween uit het zicht en uit de tuin en liet zich niet meer zien.

Niet alleen de ogen van de oude man gaven blijk van erbarmen voor de geleden afwijzing van de Bonte vliegenvanger-man. Met zijn troostende woorden liet de oude Leermeester weten echt te doen te hebben gehad met de afgewezen Bonte vliegenvanger.

Zoveel voelbare ontferming over de afwijzing van een Bonte vliegenvanger ontroerde me op weg naar huis. En een beetje spijt voelde ik achteraf ook dat ik niet alsnog heb gevraagd naar het email- of woonadres van de oude vogelaar. Het adres van de boerderij met tuin waarin vele nestkastjes hangen en vogelsoorten zich mogen ophouden. De plek waar een tachtigplusser met zijn eeuwig jong gebleven hart én liefde voor de natuur, met alle geduld nog steeds zijn kennis wil delen.

15 mei 2026, Hedy 
















15 mei 2026, Hedy 


Vogelvrij - Jules Delder


Soms, al dromend kan ik vliegen

en al vliegend ben ik vrij

Niets te willen

Niets te weten

dan er zijn

Onder mij zie ik het stromen

in een zuiver perspectief

Boven mij een onafzienbaar

peilloos diep, onpeilbaar niets

Soms, al wakend kan ik voelen

als een vogel in mijn droom

Hoe het is om niets te hoeven

en te zien hoe alles stroomt.

 

Jules Deelder

 

Gedicht 'Vogelvrij' uit 'Het Graf Van Descartes' van Jules Deelder

 

Treepipet on fence post by flowering yellow bloom


14 mei 2026, Hedy 



Artwork Information
Artist: HedePon (1965)
Medium: Oil paint on canvas
Dimensions: 1000 x 1200 mm
Collection: 'Bergh
Reference: NO19652

Wilde Wegen - Zeldzame vlinders spotten - Veldparelmoervlinder



De veldparelmoervlinder is een zeldzame vlindersoort. 20 jaar lang werd deze vlinder niet meer in ons land gespot. En 10 jaar daarvan werd zélfs gedacht dat hij helemaal uitgestorven was. De vlinder werd voor het eerst in 2013 weer gespot en komt nu op een paar plekken voor in Nederland. In 2016 vestigde de vlinder zich langs de A79. Daar gaat natuurvlogger Hilmar Derksen hem nu proberen te spotten. Kijk je mee?

 

Relatief - Absoluut

Het zien van de relatie tussen het relatieve en het absolute. 

"Hoofdmonnik Shen-hsiu penseelde een mooi gedicht op een gangmuur van het klooster om in aanmerking te komen voor de Dharmaoverdracht:

Ons lichaam is een boom van inzicht
en onze geest een heldere spiegel.
Laat geen moment onbenut ze vrij
te houden van stof en vuil.

Tegenkandidaat

Maar er was een onconventionele tegenkandidaat: de ongeletterde Huineng. Hij kon
zelf niet eens schrijven, maar vroeg iemand het volgende gedicht naast dat van Shen-hsiu te zetten:

Inzicht kent in wezen lichaam noch boom
en de heldere spiegel berust nergens op.
Als er niets is dan pure boeddhanatuur,
wat valt er dan schoon te houden?"

Citaat uit artikel van Dick Verstegen in Bodhi d.d. 07 mei 2026 · 8 min. leestijd: het-onmisbare-achtvoudige-pad

Vragenderwijs - Guillaume van der Graft


Vragenderwijs


Ik vroeg het aan de vogels

de vogels waren niet thuis

ik vroeg het aan de bomen

hooghartige bomen

ik vroeg aan het water

waarom zeggen ze niets

het water gaf geen antwoord

als zelfs het water geen antwoord geeft

hoewel het zoveel tongen heeft

wat is er dan

wat is er dan

er is alleen een visserman

die draagt het water

onder zijn voeten

die draagt een boom

op zijn rug

die draagt op zijn hoofd een vogel.



Guillaume van der Graft

(Vogels en vissen)