Posts tonen met het label Dichters. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Dichters. Alle posts tonen

donderdag 30 juli 2026

Dit is mijn dag - Menno Wigman

Dit is mijn dag

Vanochtend werd ik wakker in een droom 
van iemand die een huid van vlees bewoont. 

Ik kon niet vluchten, ik was geen Tsjwang Tse 
die had gedroomd dat hij een vlinder was 

en zich bij ochtendlicht afvroeg of hij, 
Tsjwang Tse, gedroomd had een vlinder te zijn 

of dat de vlinder droomde als Tsjwang Tse 
te ontwaken, nee, ik was een mens, 

een taai skelet met tweeëndertig tanden, 
twee handen en een tragisch intellect 

dat met een angst voor klokken was behept. 
Maar langzaam, bijna heilig, stond ik op, 

gaf mijn gezicht een hand en ritste mijn 
gedachten dicht. Dit is mijn dag, wist ik. 

Hier lonkt een spiegel naar verwonderd licht. 
Daar breekt een vlinder uit. En dat ben ik.

Vroeger vogels bij het raam - M. Vasalis

Vroeger vogels bij het raam


Vroeger vogels bij het raam
nu vliederdunne vlinders
zonder gerucht en van materie haast ontdaan.
Het is wel tijd wel tijd om weg te gaan.

zondag 26 juli 2026

Guido Gezelle • Mij spreekt de blomme een tale



Mij spreekt de blomme een tale,
mij is het kruid beleefd,
mij groet het altemale,
dat God geschapen heeft!

Guido Gezelle (1830-1899)
uit: Kleengedichtjes

zondag 7 juni 2026

Lieke Marsman - In Mijn Mand | VPRO ON STAGE



Avond - Willem Kloos



Avond

Nauw zichtbaar wiegen op een lichte zucht
de witte bloesems in de scheemring. Ziet,
hoe langs mijn venster nog, met ras gerucht,
een enkele al te late vogel vliedt.

En ver, daar ginds, die zachtgekleurde lucht
als perlemoer, waar ied're tint vervliet
in teêrheid... Rust. Oh, wondervreemd genucht!
Want alles is bij dag zó innig niet.

Alle geluid dat nog van verre sprak,
verstierf. De wind, de wolken... alles gaat
al zachter en zachter. Alles wordt zo stil...

En ik weet niet, hoe thans dit hart, zo zwak,
dat al zó moe is, altijd luider slaat,
altijd maar luider, en niet rusten wil.


uit: Verzen (1894)

Willem Kloos


zondag 31 mei 2026

Rainer Maria Rilke

Ik leef mijn leven in groeiende ringen

Die zich voltrekken boven de dingen.

De laatste zal ik misschien niet volbrengen

Maar proberen zal ik het wel.


Rainer Maria Rilke

 

vrijdag 15 mei 2026

Vogelvrij - Jules Delder


Soms, al dromend kan ik vliegen

en al vliegend ben ik vrij

Niets te willen

Niets te weten

Niets te moeten 

dan er zijn

Onder mij zie ik het stromen

in een zuiver perspectief

Boven mij een onafzienbaar

peilloos diep, onpeilbaar niets

Soms, al wakend kan ik voelen

als een vogel in mijn droom

Hoe het is om niets te hoeven

en te zien hoe alles stroomt.

 

Jules Deelder

 

Gedicht 'Vogelvrij' uit 'Het Graf Van Descartes' van Jules Deelder

 

Vragenderwijs - Guillaume van der Graft


Vragenderwijs


Ik vroeg het aan de vogels

de vogels waren niet thuis

ik vroeg het aan de bomen

hooghartige bomen

ik vroeg aan het water

waarom zeggen ze niets

het water gaf geen antwoord

als zelfs het water geen antwoord geeft

hoewel het zoveel tongen heeft

wat is er dan

wat is er dan

er is alleen een visserman

die draagt het water

onder zijn voeten

die draagt een boom

op zijn rug

die draagt op zijn hoofd een vogel.



Guillaume van der Graft

(Vogels en vissen)


zondag 10 mei 2026

Henriëtte Roland Holst - Keer tot het tijdeloze in mijn kind (Lichtstralen I)

Keer tot het tijdeloze in mijn kind

 

Keer in tot het verborgen zelf,

waar denken ophoudt en de ritselhagen

der uren gansch verstild zijn, wilde vlagen

 tot rust gebracht; keer in nu, delf en delf

 tot waar de wortels van den tijd niet reiken,


 geen adem dringt van morge' en avondwind -

 keer in tot waar het murmelen begint

 der bronnen uit onzichtbre rijken.

 

Keer tot het tijdelooze in, mijn kind.


Henriëtte Roland Holst

Lichtstralen I

Henriëtte Roland Holst: een rooie heks met liefde voor Achtmaal | Regio |  BN DeStem.nl

zaterdag 2 mei 2026

Eva Gerlach - Turdus iliacus


Turdus iliacus

 
Waakzaam opgericht boven het dampende gras:
 
 
 
snavel, die later zijwaarts op de keukenvloer lag,
 
wormloos. Raadsel voor katten, verstijvende dode
 
 
 
koperwiek; ‘witte wenkbrauw, koperrode
 
snavel en oksel. Zingt vaak zachtjes in koor
 
in de boomtoppen, trekt vanaf half oktober,
 
 
 
wanneer men de scherpe trekroep, een afdalend schor
 
ii, 's nachts veelvuldig boven het stadsgewoel hoort.’



Eva Gerlach

dinsdag 28 april 2026

Uitzicht - Johan Clarysse

Uitzicht

De middag zet zijn ramen open:
een tuin vol weegbree, paardenbloem
en kattenpis. Een kraai verdwijnt
in de schaduw van een haag.

Daarachter zwijgzame huizen,
voorbijschuivende silhouetten,
een passant die de dag vervloekt,
het niet begrijpende kind
dat hem vergezelt.

In hun voetafdruk hangt randschade.

De kamer vult zich met het oog
dat kijkt. Licht valt op het lege doek.
Silhouetten worden cirkels, huizen dijen uit,
de tuin een strook, het kind een kras.

Pompejaans rood en nachtzwart
rollen er doorheen. Feest
op de rand van een vulkaan.


Johan Clarysse (1957)

Uit de bundel Randschade


Snapshot - Jules Deelder



Snapshot

Op de foto – of snapshot 
in het jargon van die dagen
– zit m’n vader op z’n gemak benen over elkaar geslagen
licht voorovergeleund op de achterbumper van z’n wagen
– een zwarte Ford twoseater
uit de gloriejaren vóór een
failliete wereld zich van tien-
hoog in de diepte stortte en
tegen de straatstenen te plet-
ter sloeg – met indringende
blik langs de camera in het verschiet te staren dat zich
op het moment van de opname achter de rug van de fotograaf
aan hem schijnt te openbaren
– één hand losjes achterlangs
van boven over de reserve-
band heen naar beneden hangend boven een gat dat duidelijk zichtbaar in het rubber gaapt alsoftie zeggen wil van:
‘Hier viel het fatale schot’
en wie héél goed luistert
hoort misschien de echo nog weerkaatsen tegen het koele marmer van de tussentijd waar-
in die foto werd genomen en
van waaruit hij mij nu van zó
nabij lijkt aan te kijken dat ik hem haast kan hóren denken:
‘Kijk dan jongen hier zit jij’


Jules Deelder
Uit: N.V. Verga. De Bezige Bij, 2001


zondag 19 april 2026

Levens-vreugde in den dood - Willem Kloos

Levens-vreugde in den dood 

 
Zoudt ge, als gij doodgaat, menschen, en gij ligt,
 
Met brekende oogen in 't aetherisch-teêre
 
Masker der trekken, niet nog even keeren,
 
Voor de allerlaatste maal, uw bleek gezicht
 
 
 
Naar 't door de ruiten binnenstormend licht...?
 
't Zal u niet wonden met zijn gloênde speren!
 
Laat het u schroeien zelfs....! wat zou 't u deren?
 
Haast sluit gij voor eeuwig uw oogen dicht....
 
 
 
Dan zal die gloed op de wijde onbewustheid,
 
Waar heel uw wezen in henen-koelt,
 
Liggen, verzacht, als een zoete gerustheid,
 
Dat gij toch vroeger iets schoons hebt gevoeld
 
 
 
In dat nu mystische, verre verleden,
 
Toen in het zonlicht zich repten uw leden....



Willem Kloos (1859-1938). 
Uit de bundel ‘Verzen III’ uit 1913


Liggen in de zon


Liggen in de zon

Ik hoor het licht het zonlicht pizzicato
de warmte spreekt weer tegen mijn gezicht
ik lig weer dat gaat zo maar niet dat gaat zo
ik lig weer monomaan weer monodwaas van licht.

Ik lig languit lig in mijn huid te zingen
lig zacht te zingen antwoord op het licht
lig dwaas zo dwaas niet buiten mensen dingen
te zingen van het licht dat om en op mij ligt

Ik lig hier duidelijk zeer zuidelijk lig zonder
te weten hoe of wat ik lig alleen maar stil
ik weet alleen het licht van wonder boven wonder
er ik weet alleen maar alles wat ik weten wil.


Hans Andreus (1926 - 1977)

Uit 'Muziek voor kijkdieren) 1951 (Windroosserie deel 12)


zondag 29 maart 2026

Uitsig op die kade - Elisabeth Eybers

Uitsig op die kade

Nouliks vertolkbaar wat hulle my vertel,
spreeus, eksters, meeue, eende, kraaie, al
die ywerige dagloners van die wal,
die reier so afgetrokke opgestel.

Ek mis myself steeds minder. Ek bedoel:
as steeds meer buitedinge my gaan boei
dan sintels van inwendige gevoel
tintel dit of ek selfafstotend groei.

Vermindering neem waarneembaar toe. Ek hoop
om te voldoen aan omgekeerde bloei
en leeg genoeg te loop om vol te loop
met wat vanuit hierbuite binnevloei.

Elisabeth Eybers (1915-2007)
uit: Teëspraak (1993)

Afrikaans-Nederlands




dinsdag 24 maart 2026

Rutger Kopland - Van de schoonheid en de troost

 

Interview met Rutger Kopland, Nederlands dichter (pseudoniem van Rudy van den Hoofdakker, psychiater) (in zijn tuinhuisje/werkkamer in Glimmen, gelegen aan de spoorlijn Assen - Groningen). Kopland vertelt over zijn dochters, zijn jeugd, geluk, volwassenheid versus het jeugdig perspectief, zijn grootouders, gezondheid, zijn hartproblemen/infarct, de emotionele lading en intensiteit van herinneringen, melancholie, verheerlijking van de kindertijd, heimwee, poëzie, de ervaring van troost en schoonheid, eindigheid, (doods)angst, zijn moeder en vader en hun dood, ontroering en fascinatie. Kopland draagt gedurende het interview enkele van zijn gedichten voor.

 

Een lege plek om te blijven - Rutger Kopland

Een lege plek om te blijven

Geef mij maar de brede, trage rivieren,
de bewegingen die je niet ziet maar vermoedt,
de drinkende wilgen, de zinloze dijken,
een doodstille stad aan de oever.

Geef mij maar de winter, het armoedige
landschap, de akker zonder het teken van
leven, de kracht van de krakende heide.

Geef mij maar de kat als hij kijkt voor
hij springt, om te vechten, te vluchten,
te paren, te jagen, als hij kijkt.

Geef mij maar een paard in galop, maar
op zijn zij in het gras. Geef mij

maar een vraag en geen antwoord.



---------------------------------------------------
uit: 'Een lege plek om te blijven', 1977.

Rutger Kopland

zaterdag 21 maart 2026

Wandeling - Rutger Kopland

Wandeling

Onze gesprekken werden langzaam
onze vragen beantwoordden we met kijken
naar de langzame wereld om ons heen

de dorpen en landerijen in de diepte
de vogels bijna verdwijnend in de hemel

we gingen zitten kijken naar deze prachtige
onverschilligheid van de wereld
naar de overbodigheid van onze vragen.



----------------------------------
uit: 'Aan het Grensland', 2009.

Rutger Kopland 

Zomeravond - Herman de Coninck

Zomeravond


Zomeravond. We hebben woorden en tijd.
Behaaglijk is het om van mening en geslacht
te verschillen, waarna alleen nog van geslacht,
een verschil van dag en nacht, waarna nacht.

Laat je strelen, kom.
Ik hou ervan je lichaam te verdelen
in van alles twee, zoals ik deze zomer
de zee verdeelde toen ik schoolslag zwom.


Herman de Coninck



donderdag 12 maart 2026

Wielewaal - M. Vasalis

Wielewaal


De wielewaal werpt keer op keer

gepolitoerde lasso's uit.

Zo glad, zo helder en zo luid

hij fluit zoals een jongen fluit

en ik kijk op, daar gaat hij weer!

Het lijkt wel of ik nog zo pas

een vangbaar meisje was.


M. Vasalis

De oude kustlijn, Amsterdam 2002, 45.