Levens-vreugde in den dood
Zoudt ge, als gij doodgaat, menschen, en gij ligt,
Met brekende oogen in 't aetherisch-teêre
Masker der trekken, niet nog even keeren,
Voor de allerlaatste maal, uw bleek gezicht
Naar 't door de ruiten binnenstormend licht...?
't Zal u niet wonden met zijn gloênde speren!
Laat het u schroeien zelfs....! wat zou 't u deren?
Haast sluit gij voor eeuwig uw oogen dicht....
Dan zal die gloed op de wijde onbewustheid,
Waar heel uw wezen in henen-koelt,
Liggen, verzacht, als een zoete gerustheid,
Dat gij toch vroeger iets schoons hebt gevoeld
In dat nu mystische, verre verleden,
Toen in het zonlicht zich repten uw leden....
Willem Kloos (1859-1938).
Uit de bundel ‘Verzen III’ uit 1913
Geen opmerkingen:
Een reactie posten