vrijdag 6 maart 2026

Buxthehude - Klage-Lied (BuxWV 76/2’) - by Alice Foccroulle, InAlto & Lambert Colson


Muß der Tod denn auch entbinden
Was kein fall entbinden kann?
Muß sich der mir auch entwinden
Der mir klebt dem Herzen an?
Ach! der Väter trübes scheiden
Machet gahr zu herbes leiden;
Wenn man unsre Brust entherzt
Solches mehr / als tödlich / schmerzt.


Moet de dood nu echt gaan scheiden,

wat door niets te scheiden valt?

Wordt ook hij mij nu ontnomen,

Aan wie mijn hart zich heeft verpand?

Ach, het heengaan van de vaders 

brengt ondragelijke smart; 

Ons hart wordt uit ons lijf gescheurd, 

Een pijn, erger dan het sterven zelf.


Meer Achtergrond bij de compositie:

https://blog.wursten.be/buxtehudes-klag-lied-en-contrapunctus/


"De lofzang van Simeon (het Nunc dimittis – in Luthers berijming: Mit Fried’ und Freud’ ich fahr dahin) is een klassieke avondzang die al eeuwen lang ook bij de avond van het leven gezongen / gezegd / gebeden wordt. Buxtehude voorziet de melodie van dit lied van een muzikale textuur, die contrapuntisch kan worden uitgewerkt; en dat doet hij op zo’n manier dat hij bij het vierde couplet (de evolutio van contrapunctis 2) de melodie in inversie (op z’n kop) laat klinken. Een zeer abstract werk dus, vergelijkbaar met Bach’s Kunst der Fuge… En dat bij het overlijden van z’n vader? Ja, natuurlijk: want de harmonie die in de aardse muziek kan klinken (musica instrumentalis) verbindt ons aardse leven met de hemelse muziek die de engelen zingen (musica caelistis, of universalis). Kortom. Hier wordt al musicerend de harmonia mundi tot stand gebracht, beleefd. 

Op deze spirituele oefening (want dat is het, voor uitvoerder en luisteraar) volgt dan het beroemde Klag-lied, op eigen tekst, waarin Dietrich uitdrukking geeft aan het verdriet, met veel kruisen, chromatiek en dissonanten. Expressief, emotioneel: laat de tranen maar de vrije loop. Zeker ! Maar niet sentimenteel worden, we zijn in de barok: ook dit lied eindigt met het visioen van Dietrich’s vader die voortaan het Hemels lust-klavier mag bespelen daarboven, terwijl de engelen hun stemmen daarbij voegen. Wat hij daarboven speelt… het zal – in de voorstelling van Dietrich – eerder lijken op de contrapunctus dan op dit Lied, dat zichzelf in de voorlaatste strofe diskwalificeert als een ‘Traur-Gemenge’, een droevige medley… "

 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten