De vriendelijke oude man met welhaast een levenslange ervaring als vogelaar had gelijk:
"Nee, je kijkt echt naar een Boompieper" en om zijn stelling kracht bij te zetten, bood hij mij zijn verrekijker aan, afgesteld op zijn benig, smalle gezicht, met verzonken zachte ogen. Ik zag er dubbel door, kreeg 'm niet goed gesteld en hield dom vol dat we toch echt naar een Boomleeuwerik keken. Op afstand.
Zijn levenswijsheid en zachtmoedige karakter behoedden hem voor het ontstaan van een polemiek en ik, die nattigheid begon te voelen na mijn onwrikbare determineer-actie, haalde schoorvoetend bakzijl. Zonder al teveel woorden. De vogelaar op leeftijd wist voor 95% zeker te weten dat we naar de kenmerkende parachutesprongen van de Boompieper keken.
Ik beloofde hem thuis de beelden minutieus te zullen onderzoeken en dan mijn bevindingen de ether in te zullen sturen. Even twijfelde ik er serieus over zijn email-adres te vragen, want in een flits drong tot me door dat ik daar in het veld, in de motregen schouder aan schouder stond met een oude wijsgeer, voorzien van muts, kijker, paraplu én kennis. Een vogel-connaisseur zoals ik niet eerder had ontmoet.
In vogelvlucht vertelde de zachtmoedige tachtigplusser mij over het verloop van zijn kennisvergaring in de natuur gedurende zijn leven. Toen hij me wilde vertellen dat hij al járenlang het gebied bezocht waarin we ons samen verwonderden over die ene vogel, op afstand zittend op de weideafrastering, onderbrak ik hem in mijn enthousiasme midden in zijn zin en vulde deze voor hem aan: 'Al meer dan honderd jaar ..." Even meende ik te zien dat de vriendelijke man voor een kort moment wat aangedaan leek door mijn opmerking, die begrijpelijkerwijs ongemakkelijk uitpakte, met het oog op zijn leeftijd. Hij herpakte zich snel en ik dacht geschrokken 'wat zeg ik nou weer?!' Een mens blijft zich immers over het algemeen diep van binnen eeuwig jong voelen.
Zijn vader - boer met een eigen boerenbedrijf - bracht hem van jongs af aan al werkend plukjes kennis bij over de natuur en over vogels in het bijzonder. En met enige regelmaat, zo vertelde de oude man, kwam een veearts uit het dorp het erf op. Het was de veearts, die de toentertijd nog jonge jongen van acht, de eerste aanzet gaf tot serieus vogelen.
De veearts - volgens de oude man een autoriteit op het gebied van vogels, planten en zwerfkeien - onderwierp de jonge knaap tijdens hun allereerste kennismaking aan een uitdagend examenvraagstuk, met een zekerheid dat het goede antwoord nooit gegeven zou kunnen worden door de achtjarige: "Wat zie je, dáár in de lucht? De jongeling deed de veearts versteld staan met zijn directe en verbazingwekkend gedetailleerde, correcte antwoord. "Die en die vogel, een mannetje in herfstkleed."
De veearts besloot de jongen tot zijn protegé te maken en vanaf dat moment werden met regelmaat samen tochten door de natuur gemaakt, ook in de fase dat de leerling, inmiddels jongvolwassen door zijn studie in Nijmegen nauwelijks nog tijd vond voor natuur-uitstapjes. Gaandeweg ontwikkelde zich een hechte, jarenlange vriendschap tussen de vee-arts en zijn protegé, waarin het leeftijdsverschil van ruim dertig jaar geen enkel rol speelde.
De oude man vertelde me vol trots en gekoesterde dankbaarheid dat de veearts over encyclopedische natuurkennis beschikte en dat hij ontzettend veel van hem mocht leren, tot het moment dat hij stierf. Nu vandaag deelt de inmiddels ouder geworden protegé ootmoedig en met een engelengeduld zijn kennis met mij.
In de helaas veel te korte ontmoeting die we hadden, vervolledigde hij zijn verhaal nog met een recente eigen vogel-anekdote.
In zijn eigen tuin broedt jaarlijks de bonte vliegenvanger in een van de vele nestkastjes die hij heeft hangen, maar dit jaar heeft het mannetje tevergeefs pogingen gedaan het vrouwtje te lokken met gezang en baltsgedrag. Zij koos niet voor zijn aangeboden nest. Het mannetje verdween uit het zicht en uit de tuin en liet zich niet meer zien.
Niet alleen de ogen van de oude man gaven blijk van erbarmen voor de geleden afwijzing van de Bonte vliegenvanger-man. Met zijn troostende woorden liet de oude Leermeester weten echt te doen te hebben gehad met de afgewezen Bonte vliegenvanger.
Zoveel voelbare ontferming over de afwijzing van een Bonte vliegenvanger ontroerde me op weg naar huis. En een beetje spijt voelde ik achteraf ook dat ik niet alsnog heb gevraagd naar het email- of woonadres van de oude vogelaar. Het adres van de boerderij met tuin waarin vele nestkastjes hangen en vogelsoorten zich mogen ophouden. De plek waar een tachtigplusser met zijn eeuwig jong gebleven hart én liefde voor de natuur, met alle geduld nog steeds zijn kennis wil delen.
15 mei 2026, Hedy
Geen opmerkingen:
Een reactie posten