Augustus, tijd van oogst en overvloed. Voor mij verbonden aan de kleur bleekgeel, waar ik van hou. Rijp graan, gouden hooischoven, boeren aan het werk.
De natuur maakt alvast een eerste stap richting het afscheid van de zomer en richt zich al meer naar binnen. Bij mij gebeurt hetzelfde, voelbaar. Ik word ook genodigd mijn energie weer meer naar binnen te richten.
In deze tijd ben ik iets gevoeliger voor piekeren, omdat het Licht inbindt, oplopend. Ik heb een liefdesband met de volgroeide zomer en iedere naderende winter jaagt me op momenten wat schrik aan, ook al weet ik dat de stilte van de winter, het introverte leven me ook iets brengt. Seizoen-sterven, als warming-up.
Gisteren op weg, kwam ik oog in oog met een groot aantal vliegers bij elkaar. Keizersmantels. Magisch realistisch, zogezegd over elkaar heen buitelend boven en over de graven van jonge Engelse vliegers die gesneuveld zijn in '40-'45. Twintig, eenentwintig, drieëntwintig jaar oud. In die orde van grootte. Het raakte me, alsof ik ze kon aanraken. De vlinders zo goed als allemaal 'afgevlogen'. Toe aan een laatste fase voor het sterven. Hoe sterft een vlinder?
Vrij en zuiver vliegen, zonder verzet tegen verval van vorm en kleur. Niets is blijvend. De eeuwige verandering en vergankelijkheid van dingen binnen het veld waarin we ons gevangen weten. Alles ontstaat, blijft even en verdwijnt. Meestromen maar in die zee van oneindige mogelijkheid tot het punt van absentie van ervaring.
3 augustus 2026, Hedy
Geen opmerkingen:
Een reactie posten