zaterdag 28 februari 2026

Bach - Vioolpartita nr. 2 in d klein BWV 1004 - Sato | Nederlandse Bachvereniging

1. Allemande 0:00 2. Courante 5:00 3. Sarabande 7:42 4. Gigue 11:39 5. Chaconne 16:01

‘Sei solo’… je bent alleen? In een tijd zonder ‘autocorrect’ was spelling vooral een kwestie van gevoel, zeker in een andere taal. Maar wat als Bach nu eens expres níet ‘Sei soli’ boven zijn zes vioolsolo’s schreef? Wat als hij zijn solist wilde waarschuwen voor hij het podium zou betreden met slechts een strijkstok, vier snaren en enkele van zijn allermoeilijkste stukken in het hoofd? Nederlandse Bachvereniging. Opgenomen op 28 november 2015 in de Oude Dorpskerk, Bunnik.


Het interview met violist Shunske Sato over de Vioolpartita in d klein vindt u hier:

 

Verdere informatie over BWV 1004 en deze uitvoering vindt u hier:


Achter de Muziek

Hemels Licht 

Vier dansen leiden onafwendbaar naar de grote Ciaconna

Over deze partita hangt een sluier van weemoed; alle delen staan dan ook in mineur. Bachs handschrift stamt uit 1720, het jaar waarin hij na terugkeer van een reis onverwacht hoorde dat zijn vrouw, Maria Barbara, gestorven en begraven was. Zelfs als Bach deze partita toen al gecomponeerd had, is het niet moeilijk voor te stellen dat de muziek voor hem na de dood van zijn vrouw een andere lading kreeg.

Het tragische karakter van deze partita komt natuurlijk vooral door de grote Ciaccona aan het einde. De vier dansen daarvoor leiden er onafwendbaar naartoe. Zelfs de vluggere dansdelen lijken geen echte vrolijkheid uit te stralen. De ingetogen Sarabande wijst met zijn ritme en breed gestreken samenklanken aan het begin zelfs expliciet vooruit naar de Ciaccona.

Een chaconne is een serie variaties op een steeds herhaalde korte baslijn. In deze Ciaccona is het een motief van vier maten. Eerst klinkt het thema twee keer als de basis voor brede akkoorden, daarna begint de reis. Die voert via een passage van arpeggio’s en rappe noten terug naar de beginakkoorden. Dan is er ineens een betoverende overgang naar majeur, als een hemels licht. Daarna keren we weer terug naar de aarde, als een ander mens, om aan het slot uit te komen bij het begin – dat wel wezenlijk anders klinkt. 

In de slotnoot klinkt dezelfde noot tweemaal, op twee snaren tegelijk. Twee noten die uiteindelijk weer één worden: het heeft, na al het voorafgaande, iets troostends. Wellicht ook voor de rouwende Bach.

Zes sonates en partita’s voor viool solo, BWV 1001-1006
Boven zijn manuscript met zes solowerken voor viool schreef Bach ‘Sei solo’. Wilde hij zeggen zes solo’s (in correct Italiaans Sei soli), of bedoelde hij daadwerkelijk ‘Sei solo’… je bent alleen? In een tijd zonder ‘autocorrect’ was spelling vooral een kwestie van gevoel, zeker in een andere taal. Het zou kunnen dat Bach expres níet ‘Sei soli’ boven zijn zes vioolsolo’s schreef, maar dat hij zijn solist wilde waarschuwen voor hij hem het podium op stuurde met slechts een strijkstok, vier snaren en enkele van zijn allermoeilijkste stukken. 

Bachs solowerken passen in een schitterende traditie van Westhoff, Biber, Matteis, Schop en anderen, maar meer dan op virtuositeit mikt Bach op een interioriteit, een theoretisch spel met de onmogelijkheid van echte meerstemmigheid op één melodie-instrument. Bach begreep namelijk feilloos hoe ons brein uit klanken zelf muziek maakt. En hij was zich bewust van het gewicht van zijn werk: het schoonschrift-exemplaar van de sonates en partita’s uit 1720 noemde hij ‘Boek 1’, met wellicht de Cellosuites en de nu eenzame Fluitpartitaals een zorgvuldig gepland vervolg in het verschiet. Polyfonie in je eentje, je kunt er met je hoofd nauwelijks bij.

We namen deze zes sonates op in een oude elektriciteitscentrale in Haarlem, die de stad van energie en licht voorzag. Vandaar de bijnaam ‘Lichtfabriek’. Geïnspireerd door deze bijzondere ruimte koos de regisseur ervoor licht een prominente rol te geven.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten