dinsdag 14 november 2023

Elgar – Cello Concerto in E minor. Johannes Moser & Jacek Kaspszyk


0:00 Intro
1:05 Adagio — Moderato
9:25 Lento — Allegro molto
14:20 Adagio
20:01 Allegro — Moderato — Allegro, ma non-troppo — Poco piu lento — Adagio
32:18 Credits
35:17 Johann Sebastian BACH - Sarabande from Cello Suite No.1 in G major, BWV 1007

Johannes MOSER - cello
Jacek Kaspszyk - conductor

recorded at Warsaw Philharmonic June 2, 2017


Het concert bestaat uit vier delen:

  1. Adagio — Moderato
  2. Lento — Allegro molto
  3. Adagio
  4. Allegro — Moderato — Allegro, ma non troppo — Poco più lento — Adagio

Het stuk stond voor Elgar voor de angst, wanhoop en desillusie die hij voelde na het einde van de Eerste Wereldoorlog. Het werk geeft een innige kijk op de dood en de sterfelijkheid van de mens weer. De stijl van het werk is compleet verschillend van eerdere werken van Elgar.

Het concert opent met een dramatisch stuk voor de solo cello, gevolgd door een korte cadenza. De altviolen introduceren hierop het hoofdthema, dat daarna overgenomen wordt door de solo cello, die het nóg dramatischer maakt. Het orkest herhaalt weer, en de cello brengt het finale stuk naar voren. De solo cello speelt hierop een aantal prachtige pizzicato arpeggio's die wegvloeien. Een kleine cadenza volgt weer. Hierna volgt het slot, dat gelijk overgaat in het lichtere tweede deel.

Het tweede deel brengt een heel stuk meer hoop in het concert, met veel zestiende noten. Het tweede deel is een stuk vrolijker.

Het derde deel begint en eindigt met een melodie voor het gehele orkest, maar deze valt uiteen voor de solo cello. Een thema loopt door het gehele deel, wat een nostalgisch effect creëert.

Het derde deel loopt gelijk door in het vierde, waardoor een duidelijk contrast ontstaat tussen het lieflijke van het derde deel, in het meer rebelse vierde deel. Het hoofddthema van het vierde deel is statig, maar krijgt wat minder hiervan mee door het wisselen van toonsoorten. Tegen het einde van het celloconcert verlaagt het tempo in een piu lento deel alwaar een nieuw thema verschijnt. Aan het einde van het vierde deel wordt de opening van het eerste deel weer gespeeld, met wat kleine aanpassingen. Dit vloeit door in de herhaling van het hoofdthema van het vierde deel, wat het celloconcert besluit.



Goudhaantje

Eindelijk was het zo ver, het vastleggen van het Goudhaantje. Ooit stond ik op nog geen halve meter afstand, oog in oog met een groep in harmonie piepende goud- en vuurgoudhaantjes in een spar. Ik zwijgend. Zij lieten zich gewillig bekijken. Ik was er niet op uit. De camera lag thuis. 

Alle bezoekjes die volgden aan diezelfde plek ten spijt, de goudhaantjes spotte ik er niet meer. Ook elders slaagde ik niet in het vastleggen van het fotogenieke vogeltje. Piepklein, olijk en kleurrijk: De Goudhaan met zijn open gezichtsuitdrukking. 

Dat het niet lukte, lag niet alleen aan de afwezigheid van het vogeltje. Ook bij aanwezigheid, maakt de diefachtige beweeglijkheid van het Goudhaantje - dat nog geen seconde nodig lijkt te hebben om zich van tak tot tak te bewegen - het fotograferen tot een onmogelijke uitdaging. 

Het lijkt regel te worden, want ook nu was ik niet uit op het Goudhaantje. Minder dichtbij dan die eerste keer helaas, maar voldoende aanwezig als montere afsluiting van een zwaar weekend. 

Het begin is er.













Zondag 12 november, Hedy


vrijdag 3 november 2023

Gelukkig gesternte


Al koersend richting winterkou, vraag ik me tijdens het wandelen vaak af hoe dieren in het wild zich redden én of ze zich bewust zijn van het naderend gevaar.  

Het gevaar van voedselschaarste, het gevaar van onvoldoende beschikbare dekking en vooral het gevaar van rauwe, striemende kou. Dieren hebben een wintervacht of winter-verenpak, wordt geruststellend verteld door de dier-deskundigen. En sommige dieren zetten zichzelf voor een paar maanden op non-actief met een lange winterslaap. Dat laatste lijkt me dan nog het meest prettig als de teerling is geworpen en de gevolgen geslikt en geleefd moeten worden. 

Het voelen van morele betrokkenheid bij de dieren in het wild raakt mij het diepst bij het spotten van een dier als het ongunstige gesternte aan alle kanten voelbaar wordt. Vandaag was zo'n dag. 

Een eekhoorn, een vos, een haas, een ree, in de meeste gevallen zie ik ze uiterst oplettend en vooral alleengaand. Waarom niet samen, waarom niet samen schuilend, dicht bij elkaar voor wat warmte, vraag ik me af. 

Al dromend en dubbend bedenk ik dat wij met onze wollen truien, thermo-broeken, North Face drie-in-een-jassen, met of zonder wol gevoerde laarzen, warme sokken, oorwarmers, handschoenen en sjaals beschikken over een aardige basisgarderobe vóórdat de winter zijn eerste verrassingsaanval inzet. En dat we het ondanks deze basistukken lastig gaan krijgen, zelfs bij slechts één nacht buitenleven. Dat lijdt geen twijfel. Over vorst aan de grond hebben we nog niet gesproken. Ook als het niet vriest, blijkt het een hele uitdaging om warm te blijven bij bijvoorbeeld aanhoudend regen en stormwind. Lopen, springen, ja blijven bewegen is dan de oplossing, maar een dier heeft óók rust en slaap nodig. 

Nee, ik zou mijn leven in veiligheid en beschutting van een warm huis niet graag willen ruilen voor een bestaan dat is overgeleverd aan de meedogenloze, afstraffende elementen. Ook niet mét wintervacht. Ik heb het getroffen met een leven onder gelukkig gesternte en dan is het al lastig genoeg.

Als buiten al vroeg het duister daalt en de nacht als afschrikwekkende demoon tevoorschijn komt, denk ik met warme sympathie aan mijn vrienden. Vrienden van het bos, hou je taai!







Vrijdag 3 november 2023, Hedy 

Schubert: Lebensstürme, Allegro in A Minor, D 947 - Lucas & Arthur Jussen


 

Zwerversliefde


Zwerversliefde 

Laten wij zacht zijn voor elkander, kind -
want o, de maatloze verlatenheden,
die over onze moegezworven leden
onder de sterren waaie' in de oude wind.

O, laten wij maar zacht zijn, en maar niet
het trotse hoge woord van liefde spreken,
want hoeveel harten moesten daarom breken
onder den wind in hulpeloos verdriet.

Wij zijn maar als de blaren in den wind
ritselend langs de zoom van oude wouden,
en alles is onzeker, en hoe zouden
wij weten wat alleen de wind weet, kind -

En laten wij omdat wij eenzaam zijn
nu onze hoofden bij elkander neigen,
en wijl wij same' in 't oude waaien zwijgen
binnen één laatste droom gemeenzaam zijn.

Veel liefde ging verloren in de wind,
en wat de wind wil zullen wij nooit weten;
en daarom - voor we elkander weer vergeten -
laten wij zacht zijn voor elkander, kind. 


Adriaan Roland Holst
In: Voorbij de wegen, 1920. 


De Verwondering

https://www.npostart.nl/de-verwondering/29-10-2023/KN_1732345

De Tao

De Tao die kan worden verteld
is niet de eeuwige Tao
De naam die kan worden genoemd
is niet de eeuwige Naam.

Het onnoembare is eeuwig wezenlijk.
Het noemen in de oorsprong 
van elk afzonderlijk ding.

Van verlangen bevrijd, besef je het mysterie
Door verlangen gevangen, zie je enkel manifestaties

Toch ontspringen mysterie en haar manifestaties uit dezelfde bron.
De bron is genaamd duisternis.

Duisternis in duisternis
De poort tot al het begrijpen.

- Uit: Tao Tse Ching, Lao Tse